-Wat doe je?

-Ik zoek een leeg blad, maar alles is volgekrabbeld.

(Dagboekfragmenten)

Er hing een sluier over de dagen en over mijn geest. Het dichterbij sluipende einde van de dichteres. En dat van mijn tante, die haar leed ergens in zichzelf opbergt, op een plek waar niemand bij kan. Ik zit met mijn rug tegen de muur. Tegen dit beest kan ik niet op. Zijn poot drukt op mijn hart. Ademhalen is moeilijk op deze manier. Het zweet blijft ondertussen maar langs mijn rug naar beneden gutsen. Alsof iemand een kraantje heeft opengezet dat blijft stromen.

Om de andere dag fiets ik naar het badenhuis, maar het water bevrijdt mij niet. Ik voel me enkel tijdelijk wat lichter, drijvend in het rozen- of lavendelbad. Mijn poriën zetten zich open in een stoom van vijftig graden. Maar in mijn hoofd blijft alles in dezelfde stoom hangen waar de mensheid op de tast verder strompelt. Ik besef dat ik allerlei dingen moet loslaten en begeef me daarom naar het water als naar een dokter, in wiens kabinet ik verlost zal worden van wat onvoldragen is.

Ondertussen loopt alles door elkaar.

Marianne B. wordt 92 jaar op 31 juli. Haar geboortedag zal misschien wel het einde van Lucienne S. kruisen, die dit jaar negentig is geworden. Twee oerbomen onder wier kruin ik tijdens alle seizoenen vaak heb vertoefd.

De eindeloze berichtgeving over de zoveelste zinloze, wrede dood van Palestijnse vaders, moeders en hun kinderen.

Het vuur dat over de bossen van Frankrijk, Spanje en Sicilië raast. In de regio van Madrid worden tienduizenden mensen geëvacueerd. Wat met de dieren die in de bossen wonen? Het totaal aan verwoeste landoppervlakte in EU-landen is tot nu toe dit jaar het op een na grootste ooit gemeten. (Volgens de satellietgegevens van het Europese informatiesysteem voor bosbranden.)

Vorige week braken de Chinese autoriteiten een eeuwenoude vesting in de oostelijke regio Gyalrong in Tibet af. De vesting werd gebouwd in een periode van bijna 1.300 jaar, van de 6e tot de 19e eeuw. De afbraak maakt deel uit van een bredere poging om de historische identiteit van Tibet te verzwakken en uit te wissen. Veel protest op sociale media, maar de afbraak gaat gewoon door. Gelukkig worden er ondertussen elders nieuwe boeddhistische tempels gebouwd. Veel tumult kan ik zelf niet maken, nu een van mijn Tibetaanse vrienden en zijn familie naar Tibet onderweg is, en hoopt niet terug gestuurd te worden aan de grens met China.

Tijdens mijn avondlijke fietstocht door de stad ben ik er getuige van hoe drie toeristen een Joods-orthodoxe man lastigvallen. Hij stond gewoon aan het voetpad te wachten om over te steken. Ik spreek de toeristen kwaad aan, maar ze wuiven mijn woorden lachend weg en zeggen dat het maar ‘een grap is’. Ik sneer woedend terug dat het helemaal ‘geen grap is’, dat het ‘rude’ is. Ze staren me dwaas aan, lopen het voetpad over en roepen me nog iets na. Dit is niet het eerste incident van de afgelopen twee weken.

Thuis in haar flat rookt Lucienne S. haar laatste sigaretten. De ene na de andere, in sneltempo. Luistert naar haar laatste concerten. Schrijft haar laatste gedichten. Kijkt voor de laatste keer naar de bomen, de merels, de duiven. De bomen in het parkje bij haar flat en de vogels die er huizen brengen haar troost. In het dagboek dat ze me twee weken geleden gaf, voor mijn vertrek naar Huy, las ik dat ze zich als meisje vaak in een grote boom schuilhield voor de bedreiging die van haar nabije wereld uitging. Ik wou dat ze dat nu weer zou kunnen doen. Dat we haar in de kruin van een grote kastanjeboom zouden kunnen verstoppen, als een roodborstje, en dat haar woorden gekwetter, getjilp en gezang zou worden, dat naar de hemel opstijgt. Zonder verdere inmenging.

Ik zal de dagen na haar inslapen in bed blijven liggen en net doen alsof ik dood ben, of toch op zijn minst solidair met haar: wil leven en sterven tegelijkertijd. Mijn hand zal op mijn borst rusten en ik zal wachten tot de laatste hartkloppingen, en de hartslag daaronder, van het wezen dat nu echt naar buiten moet, wegebben als het geluid van een specht in een boom. Mijn lichaam dwaalt van mij weg, naar andere gebieden.

Ik vertrek naar K., waar het al winter is. De terracotta dakpannen liggen met sneeuw bedekt. Het is nog heel stil als ik vroeg in de ochtend mijn pension verlaat en door de straat loop. De kastanjeverkoper steekt het vuur aan en weldra verspreidt de geur van gepofte kastanjes zich. ‘Ik zoek een vrouw met een rode sjaal,’ zeg ik tegen de kastanjeverkoper. De kastanjeverkoper kijkt me aan alsof hij niet begrijpt wat ik zeg. Ik spreek toch zijn taal? Hij schept enkele opengebarsten kastanjes in een zak. Ik luister naar de poffende geluiden, neem de kastanjes uit zijn hand, die op een koperen kolenschop lijkt, en loop verder. De wind bolt op onder mijn jas, maar ik bleek zwanger van niets te zijn. Niets. Wat een opluchting. De navelstreng die mij met het wezen, dat al een wees is nog voor het geboren zal worden, verbindt, zal weldra doorgeknipt worden. Ik kon de trein terugnemen, maar ik bleef nog twee dagen in het station van K. zitten wachten vooraleer ik weer naar Antwerpen keerde.

Mijn hart voelt leeg. Het klopt alleen als ik een stuk woestijn zie, een van de kudde afgedwaalde kameel. De lange wimpers, de zachte tred in het zand.

De stem, het gezang van de Daka*Dakini ontsproten uit de lotusbloem.

Vanmiddag liep ik langs de flat van Jean Améry, in de Kelderstraat nr. 8. Er hing een rode sjaal door het raam op de tweede verdieping. Ah ja. Natuurlijk. Ik nam er meteen een foto van zodat ik later niet tegen mezelf zou moeten zeggen dat ik het gedroomd had. Een teken van leven. Vierentachtig jaar later.

Maar héj! Het wezen zal leven. Zonder mij. Of ik zonder het wezen. Wij zonder elkaar. Hoe moet dat dan?

In de Kelderstraat nr. 8 wappert een rode sjaal door het openstaande raam. Gelijk een vlag.

(Op 23 juli 1943 werd de verzetsgroep waar Jean Améry in Brussel bij aangesloten was opgerold. Améry werd naar het hoofdkwartier van de Gestapo aan de Louizalaan gebracht.)

(Kelderstraat nr. 8, Antwerpen)

#JeanAméry #LucienneStassaert #MarianneBerenhaut
#Resistance

Plaats een reactie