Spazzacammino

 

In het vooruitzicht van een winter waarin een zodanig dik pak sneeuw uit de lucht zou vallen zodat er geen auto’s meer door de straten konden rijden en alles stil, ongerept en wit werd, we een vorst zouden krijgen zo streng dat er alleen nog kristallen in plaats van vensters zichtbaar waren om doorheen te turen, de sneeuw tot de kerst op de dennenbomen bleef liggen en er op elke hoek van de straat een koor van engelen stond dat aria’s en cantates van Bach zong, klom ik op het platte dak om naar de schoorsteen te gaan kijken.

Klimop slingerde zich langs de dunne schouwbuis naar omhoog en was zich een weg naar binnen aan het banen. Ik hoopte dat de slinger nog niet tot beneden aan de haard reikte en besloot dat er een schoorsteenveger bij gehaald diende te worden. Een schoorsteenveger bellen was zoiets als een sprookje tot leven wekken. De mythe dat het schudden van de hand van een schoorsteenveger geluk zou brengen ontstond in het begin van de negentiende eeuw, toen de schoorsteenvegers nog kinderen waren en als ‘levende bezems’ werden gebruikt. Omdat ze door hun werk vaak rampen konden voorkomen werden de kinderen als geluksbrengers en beschermers tegen brandgevaar op kerst- en nieuwjaarskaarten afgebeeld. Het bezoek van een schoorsteenveger was intussen gelukkig iets waar je met een gerust gemoed mocht naar uitkijken want wat was er mooier dan iemand die je bij het binnentreden zomaar een handje geluk schonk?

De verfrommelde krant waarmee ik op een avond de haard wilde aansteken, terwijl de rook die zich daarbij vormde in zwarte wolken de woonkamer insloeg, en het tot diep in de nacht in de haard bleef roken zonder dat hij aangestoken was, lag nog steeds in mijn geheugen te smeulen. Alsook de gordijnen en de overgordijnen die ik de volgende dag allemaal moest wassen en het laagje roet dat zonder sporen achter te laten van de boeken moest verwijderd worden. Een helse klus. Er waren toen in de schouw zulke geheimzinnige krachten aan het werk geweest, zodanig duister dat ze alleen maar met daarvoor uitgeruste attributen uit de schoorsteen verjaagd konden worden. Sommige entiteiten kon je onmogelijk alleen bezweren. Ik bedacht dat het wat moeite zou kosten iemand te vinden die dit euvel ernstig genoeg nam en de roetgeest uit de schouw kon vegen. Een firma was geen optie, het moest een authentieke schoorsteenveger zijn.

Vaag herinnerde ik mij de man met de hoge hoed die ik vorig jaar googelend gevonden had. Hij was me bijgebleven omdat hij volgens eigen zeggen, ieder jaar naar Santa Maria Maggiori reisde om er De internationale bijeenkomst van de schoorsteenvegers bij te wonen. Een idyllisch dal omringd door de bergen van Piemonte, waar het eerste weekend van september, gedurende twee dagen ongeveer zevenhonderd schoorsteenvegers in een zwart pak en een hoge hoed bijeenkwamen, om ongeacht hun moedertaal, het lied van de schoorsteenvegers te zingen en in een feestelijke optocht eerbetoon te brengen aan de vallei waar het beroep ontstond. De plechtigheden begonnen op zaterdagochtend met een bijeenkomst bij het beeld van de laatste ruska Faustino Cappini. De jongen die in 1927 op 10-jarige leeftijd het leven liet toen hij uit de schouw klom, zich per ongeluk aan een elektriciteitsdraad vastklampte en geëlektrocuteerd werd. Het beeld stond symbool voor alle kinderen die op jonge leeftijd de schoorstenen inklommen en waarvan er velen het leven lieten.

Voor zover ik wist was Levende bezems het enige verhaal van een kind-schoorsteenveger dat op een historisch document gebaseerd was en door de schrijfster Liza Tetzler vanonder het zwarte stof van de geschiedenis werd gehaald. Het verhaal situeert zich in het begin van de negentiende eeuw toen kinderarbeid overal gebruikelijk was. Giorgio, een leerling-schoorsteenveger, loopt voor de eerste keer met zijn baas mee door de straten van Milaan.
Hij is een van de weinige jongens, in armoedige dorpen geronseld, die de tocht in een kleine boot over een meer dat hen naar Milaan moest brengen overleefde. Tijdens een storm kwamen er twintig kinderen om. Eenmaal in Milaan wordt hij doorverkocht aan een schoorsteenveger die hem voor een habbekrats een jaar in dienst neemt. Zijn nieuwe baas gebiedt hem hun diensten luid roepend kenbaar te maken. Schoorsteenvegers! Schoorsteenvegers! Wij vegen uw schoorsteen! Giorgio wil eerst niet meeroepen, zijn stem is na een half uur schor. Terwijl ze met hun borstels en doeken door de straten lopen openen zich in statige herenhuizen vensters, en roepen dienstmeisjes met witte voorschoten de zwarte mannen binnen.De volgende ochtend gaat het roepen beter en op het einde de week roept hij de ganse dag.

Spazzacamino! Spazzacamino! Wij vegen uw schoorsteen! Tijdens een van de schoonmaakbeurten blijft Giorgio met een zak over zijn hoofd in een schoorsteen steken en komt bijna door rookverstikking om. In het salon van het huis is een feest aan de gang waar een dokter aanwezig is die het leven van de jongen redt en hem zijn hulp aanbiedt. Wanneer ook zijn beste vriend aan de gevolgen van tbc en verwaarlozing overlijdt, besluit Giorgio om met een paar lotgenoten waar hij De bond van de Zwartgezichten heeft mee opgericht, die waarschijnlijk de eerste vakbond van kinderen in de geschiedenis was, hun miserabel leven te ontvluchtten. De jongens vluchten de Zwitserse grens over en leren onder de hoede van de dokter een ander vak. Giorgio wordt onderwijzer en keert enkele jaren later, zoals in alle mooie vertellingen, met een prinses naar zijn geboortedorp terug. Op koude winteravonden, ter nagedachtenis aan Alfredo die hij met De bond van de zwartgezichten in Milaan had begraven, zong hij nog vaak het lied van de schoorsteenvegers en dacht aan het ogenblik dat hij met rook in de longen en een zak over het hoofd, in de binnenkant van een schouw was blijven steken en zijn kleine, zwarte hand dat niet boven de rand van de schoorsteen uitkwam.

Uren speurwerk bracht in tegenstelling tot de andere keren geen soelaas. Het leek alsof de schoorsteenveger op het wereldwijde netwerk in rook was opgegaan. Het werd oktober, de festiviteiten in Laggio Maggiore waren voorbij. Het lied van de zevenhonderd schoorsteenvegers, door een koor van vierduizend dorpsbewoners gedragen, zou in het dal van Santa Maria Maggiore nog slechts de weerkaatsing van een echo zijn. Boven het meer waar twintig kinderen verdronken keek het beeld van Faustino Cappini, de laatste ruska, eenzaam in de mist rond de groene heuvels de verte in.

Alle Levende bezems waren uit het land waar hun haard zich bevond opnieuw vertrokken. De donkere dagen dienden zich aan, het was nu bijna tijd om het vuur aan te steken. De houtblokken lagen onder het afdak opgestapeld, maar ik was nog steeds niet in het bezit van de juiste krant en de roetgeest schuilde vermoedelijk nog in de schouw. Ik moest de schoorsteen in, voor het november werd en andere ter ziele gegane geesten van zich zouden laten horen om te worden herinnerd en herdacht. Met een plumeau tricolore, vastgebonden aan een bezemsteel, klom ik op het platte dak om naar de schoorsteen te gaan kijken. Op mijn schouders streken vier zwarte raven neer.

 

spazzacamino

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s