In het holst van de nacht klom ik de flanken van de Etna op, om tussen de citroen- en sinaasappelbomen, voor enkele weken toegewijd te zwoegen aan het schrijven van een roman. Iets dat tussen wolken en nevelflarden van woorden en zinnen naar een lichtstraal in de Goddelijke Komedie van Dante, en de Ligurische zon in de gedichten van Eugenio Montale neeg. En als een epos niet meteen lukte, misschien toch enkele essays, sprankelend als in De vlinder van Dinard. Ik was niet van plan eerder naar beneden te komen. Vanbinnen in de berg borrelde de rode lava als in een distilleerkolf, een lichte huivering doortrilde de flanken, de berg beefde en de naschokken schudden mij wakker uit een koortsige droom. Het was ochtend en in de tuin tussen de bomen, met takken doorhangend en zwaar van het fruit hoorde ik in de verte het geknerp van een snoeimes naderen. Het geel van de citroenen schetterde luid.
 
Onverwacht, de lente was nog niet begonnen, rinkelde mijn mobiele telefoon. 
Het project waar ik mij de laatste jaren voor had ingezet, zou definitief worden afgerond. De geldelijke tekorten hoopten zich op, subsidies waren gehalveerd en sponsors kwamen er niet meer. Het waren hectische tijden en zoals het er voorstond, zag het er niet naar uit dat er in de toekomst veel tijd overbleef voor het schrijven van een roman. Misschien kon ik af en toe in de gauwte een gedachte neerpennen, flarden van een tekst. Maar wat deed je met te vroeg gesnoeide struiken. Met een verhaal, zonder de gelaagdheid als van een roos. Ik borg mijn schriften op en liep met mijn Valentino tas gehaast de berg af.
 
De volgende dag stelde een crisismanager aan een lange witte tafel mij de mogelijkheid van een andere baan voor. Ik voorvoelde meteen de moeilijkheid van zijn taak. Naast het afgerond project waren er nog enkele werkingen waar ik mij misschien ook nuttig kon maken. Als ik maar enthousiast genoeg was, zei hij. Enthousiast, bleef het in mij echoën.
Onrustig gingen mijn ogen heen en weer over de mogelijkheden op het uitgeprint blad :  Woon- en Verhuis, Het Frakske, Volkskeuken de Plataan, en als laatste, tussen de waaier van mogelijkheden zag ik in groene fluoletters Het Fietsatelier staan. Interessante projecten, maar ik kon niet verder denken dan de geur van een citroen.
 
Drie kwartier ging traag en frustrerend voorbij. ’Wat wil u eigenlijk graag doen?’. Gezucht en gekuch. Niemand had verwacht dat het zo moeilijk ging worden. 
’Het is eender’, antwoordde ik zo luchtig mogelijk. Al wat ik graag wilde doen was niet mogelijk. En sinds dat ogenblik, was het allemaal eender wat ik deed. Het hem uitleggen kon ik niet. Het stond niet bij de mogelijkheden op zijn blad. Ik was nog maar net terug beginnen schrijven, de blauwe hand van Fatima op mijn hart. Toen uit het duister, inktzwart een nieuw ogenblik ontstond. Het ogenblik waar ik op het punt stond gepromoveerd te worden tot het herstellen van een lekke band.
’Wat wil u graag doen ?’, luidde de vraag.
 
Op de flanken van de Etna tussen de citroen- en sinaasappelbomen met takken zwaar doorbuigend van het fruit, wachten op de vlinder van mijn neerstrijkende droom. 
 
De crisismanager keek van zijn Pontiac horloge op. ’Staat dat tussen de mogelijkheden op het blad?’ Zijn wenkbrauwen stegen als zwaluwen hoog in de lucht. Ik schudde het hoofd. 
Mijn bedenktijd was voorbij en als een veroordeelde die op het punt stond naar een cel te worden gebracht, riep ik enthousiast: ’Het Fietsatelier lijkt me wel wat!’ Tenslotte was ik in een autogarage grootgebracht, van lekke banden wist ik alles af. Mijn werkoverall lag nog gestreken in de kast. Een fiets herstellen kon ik niet, maar dat bleek geen probleem. Alles was mogelijk, als je maar zin had om het te leren, had hij nog gezegd. 
Iets met vlindervleugels zo licht, scheurde zich los van een tak.
 
Ik drukte mij tegen de boom van mijn dromen en staarde naar het vreemde wezen dat voortaan de vingers in plaats van met inkt, met kettingvet zou besmeuren. Ventielen en vijzen zou vastzetten, fietsbellen liet rinkelen. Spaken opspande als snaren, een vliegend wiel uitvond, wie weet. De grote finale van het ogenblik waar de balpen door de moersleutel vervangen werd was eindelijk begonnen. De Etna beefde. De distilleerkolf barste. De punt van het snoeimes naderde knerpend mijn hart. 
Het geel van de citroenen schetterde luid.

het-geel-van-de-citroenen-2

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s