vincent-van-gogh-verbonden-oor-detail
Vincent van Gogh (Zelfportret met verbonden oor, detail)

 

In het vijf verdiepingen tellende winkelcomplex waar je voordien enkel het onnavolgbaar geluid van de voorbij schuifelende, kooplustige mensheid kon horen was iets vreselijks gebeurd: er verspreidde zich sinds kort op alle etages een irritant geluid. Zoals bij het begin van ieder nieuw seizoen bezocht ik het complex om in een klimaat van stilte en rust, het lichaam in een recordtijd van het nodige textiel te voorzien. Maar bij het binnentreden werd ik deze keer op een vreselijk lawaai getrakteerd dat pretendeerde muziek te zijn. Meer dan een stompzinnig gehamer dat op een repetitieve, geestdodende elektronische beat was gezet, kon ik er niet van maken. Het was niet uit te houden en steeds geïrriteerder door de schelle slagen die in de cellen van mijn brein alsmaar pijnlijker klonken schoot ik tegen een stilstaande verkoopster uit mijn wiek. ‘Excuseer mevrouw maar vindt u dit geluid nog aan te horen?’ De verkoopster, hooguit vijfentwintig jaar, bracht haar fijne, gemanicuurde hand naar haar buste en rolde met haar zwart omlijnde Oosterse ogen. ‘Ah! Wat ben ik blij dat je dit vraagt. Je moet hier eens van de ochtend tot de avond staan. Soms sturen ze zelfs trompetten de ether in, trompetten!’ Beter dan hamers, dacht ik en vroeg haar wie ik voor deze exclusieve vorm van auditieve terreur ter verantwoording kon roepen.

‘De store manager zetelt in het servicecenter op de eerste verdieping. Helaas kan ik zelf geen opmerkingen omtrent de muziek maken want ik ben een shop assistent.’

‘Goed, ik ga er meteen heen’ zei ik.

Voor ik mij tot de shop manager wendde, besloot ik nog enkele steekproeven bij de andere verkoopsters uit te voeren en vroeg hen wat ze van het achtergrondgeluid vonden. Sommige reageerden gelaten en beaamden dat ze probeerden er zich voor af te sluiten. Eén verkoopster dacht er voor de eerste keer verbaasd over na. Het elektronisch gehamer had intussen mijn tolerantiedrempel overschreden en in plaats van naar de eerste verdieping te gaan liep ik de winkel uit belde van buiten naar de servicelijn, vroeg de verantwoordelijke aan de lijn en stak van wal. Eén niet te onderbreken woordenstroom schroeide vervolgens de lijn. Eerst verzekerde ik de shop manager ervan dat ik een trouwe klant was en de voorbije jaren fortuinen aan kleren, cosmetica, huishoudlinnen, schoenen en nylons die nooit laddervrij bleken, in hun kassalade had achtergelaten en beëindigde mijn betoog met het opeisen van het recht op wat ik ‘auditief comfort tijdens het winkelen en werken’ noemde. ‘Pardon?’ klonk het aan de andere kant van de lijn, ‘u houdt niet van muziek of begrijp ik het verkeerd?’ Stoom kwam uit mijn derde oor. ‘Nee u begrijpt het niet. Zou het kunnen dat uw muziek niet deugt en dat er meerdere verkopers in dit gebouw zijn die hieronder dagelijks lijden, maar uit angst hun baan te verliezen, over deze vorm van terreur met geen woord durven te reppen?’

‘Het spijt me mevrouw, antwoordde de shop manager, ‘maar u bent op één na, de enige klant die over de muziek in onze winkel klaagt. De andere klant lijdt aan een ziekte.’
‘Insinueert u dat ik misschien ook aan deze ziekte lijd?’ ‘Zeker niet mevrouw, maar al zou ik het wensen, helpen kan ik u niet want onze muziek wordt vanuit een kantoor in Brussel naar alle winkels gestreamd. ‘Dezelfde geest vervuilende brei bedoelt u,’ vulde ik aan, ‘de meeste mensen ondergaan dit gewoon, ofwel is hun brein zodanig murw geslagen door de beat dat de gedachte aan verzet niet meer in hen opkomt. Misschien is er al een soort gewenning aan de alomtegenwoordige lawaaivervuiling ingetreden en vinden de meeste mensen het al normaal, maar dit betekent niet dat iedereen dit zomaar moet ondergaan. Ik dien een klacht in. Wist u trouwens dat u louter met geluid iemand kan doden? U houdt eigenlijk een wapen vast. Ziet u het?’

‘Ik hoor uw klacht mevrouw en zal deze bij de eerstvolgende meeting aan de general manager voorleggen, die haar op zijn beurt aan de director officer zal voorleggen, en wie weet komt er dan een nieuwe streaming.’ ‘Het is te hopen’ zei ik nog. ‘Want ik maak mij toch wel ernstige zorgen over hoe uw hersenen en die van uw medewerkers er onder deze auditieve druk binnen enkele jaren zullen uitzien. Hoogstwaarschijnlijk leidt dit lawaai tot vroegtijdige dementie, seniliteit, of een nog erger onherstelbaar hersenletsel. Beeldt u daarentegen eens in welke winst u zou kunnen boeken wanneer u in plaats van dit tergende lawaai, een fris klassiek nootje of iets jazzy in de prille ochtend bracht. Wat een toestroom van klanten zou dit kunnen teweegbrengen. Verkoper en klant, even tevreden als grazende koetjes in een wei. Zoveel aangenamer dan die dolgedraaide termieten die zich door een berg kleren in een pashok proberen te werken, om onbewust, toch zo snel mogelijk weer buiten te staan. Stel u de stijging van de verkoopcijfers voor en de promotie die u en gans uw welwillend team te beurt zou vallen. Eventjes goed nadenken mevrouw voor u zich weer aan het streamen zet. En neem bij de eerstvolgende meeting aub mijn pleidooi voor een Algemeen Auditief Comfort gratis mee. Dank voor uw luisterbereidheid en nog een fijne dag gewenst.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s