Voor zover ik mij herinnerde had ik haar nog nooit een winterjas weten dragen, ze had er geen nodig omdat ze zich altijd in een auto wist te verplaatsen. Zelfs om naar de overkant van de straat te gaan nam ze de auto. Toen ze haar eerste auto tot schroot reed was ze zo aangeslagen dat ze overwoog haar appartement op te zeggen om in het gedeukte vehikel te gaan wonen. Zij en ik, deels opgegroeid in een garage annex benzinestation, het parfum van motorolie in onze haren en grootouders wiens kleren en handen altijd naar diesel, super en twee-takt geurden, wisten als geen ander wat het betekende autoloos te zijn. Dat was voor ons even dramatisch als dakloos of kinderloos.

Vandaag belde ze mij vanuit een klerenwinkel in de stad. Ze was op zoek naar een winterjas en stuurde me met haar mobiel vier foto’s van jassen waarvan ze dacht dat het winterjassen waren en vroeg mij wat ik er van vond. Ik bekeek de jassen, duidelijk gefabriceerd in een land dat de arbeidswetten aan zijn plastieken slippers lapte en werknemers als slaven behandelde. Vergeet het zusje, berichtte ik terug. Koop asjeblief geen treurige vodden. Nu je geen auto meer hebt, je baan kwijt bent, Donald Trump president van de Verenigde Staten is, de oorlog voor de deur staan en jij overal met een city bike heen zal moeten, raad ik je een lange, gevoerde parka aan. Te koop in de betere kledingzaak, of tweedehands. Groen is de kleur. Ik verwacht je vanavond voor het eten.

Tegen alle wetten van de logica in vond zij diezelfde dag naast een winterjas, ook nog een nieuwe baan. Een droombaan. Op haar contract stond dat zij vanaf heden slaapconsulent was. Terwijl ik uien voor de saus stond te snijden, liet ik mijn tranen de vrije loop. Hoeveel duizenden spaghettislierten had ik sinds mijn prille jeugd voor haar en ontelbare anderen al gekookt. En zij werd slaapconsulent. Laurentius van Rome, beschermheilige van bibliothecarissen, koks, pastei- en banketbakkers, kolenbranders en brandweerlieden, keek mij van aan de muur verbleekt aan, alleen hij wist hoe mijn culinaire verdiensten zich opstapelden, in één toren tot aan zijn hemelse blik. Zoals de wafels van Madame Pheip, aan het einde van een Nero stripverhaal. Zwijgend aten we die avond onze pasta op. 
Zij zat te stralen in haar nieuwe hoedanigheid. Toen ik langzaam besefte dat zulke wonderjobs werkelijk bestonden, begon ik die nacht en de nachten daarop, luidop te dromen. Op een ochtend sms’te ik haar : Zoeken ze in de beddenwinkel nog een extra collega zusje ? We wisten allebei dat onze vorige samenwerking geen succes was geweest en een herhaling hiervan, kon hoe zeer het haar ook speet, niet meer tot de mogelijkheden behoren. Ik kreeg geen antwoord. De volgende dag belde ik haar op.
‘Ik kan nu niet met je praten want er zijn klanten’, fluisterde ze door de telefoon.
‘Het duurt maar heel even’, zei ik.
‘Wat is er dan zo dringend ?’
‘Ik kan sinds jij die baan hebt niet meer slapen.’
‘Hoezo ?’
‘Als ik blijf koken, vrees ik dat er binnen enkele jaren, alleen nog maar pasta en saus in mijn hersenpan over blijft. Dan moet jij misschien voor mij zorgen.’
Ze zuchtte geïrriteerd en haakte onmiddellijk in.
Tussen het geruis van zijden beddengoed, zachte donsdekens en matrassen met springveren, werd zij die dag, een fonkelnieuwe nachtmerrie gewaar.

20161112_111254_resized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s