Iets na de middag nam ik de trein richting Brussel om rond 18:00 uur de Sound Action For Gaza bij te wonen. Ilan Volkov, de Israëlische dirigent en sinds 2022 vaste gastdirigent van het Brussels Philharmonic, had via sociale media muzikanten opgeroepen om samen te komen aan het Carré de l’Europe en aanhoudend één noot te spelen die het geluid van een Israëlische drone moest oproepen. De dirigent wilde hiermee de aandacht vestigen op de muzikanten in Gaza die ondanks alle ellende nog steeds musiceren. Een van die uitzonderlijk moedige mensen is Ahmed Muin Abu Amsha, muzikant en gitaardocent, die met zijn drone song een nieuw geluid de wereld instuurde.  De muziekleraar uit Gaza zette het akelige, eentonige gehum van de Israëlische drones om in muziek. Ahmed Muin is ook oprichter van de muziekgroep Gaza Bird Singing. Met zijn muzikale werk wil hij de doden eren en herinneren, en probeert hij troost te bieden aan ontheemde en getraumatiseerde Palestijnse kinderen; samen musiceren als een vorm van therapie. Voor de duur van een lied, een compositie, een muziekles kunnen de kinderen, en ook de volwassenen, even hun pijn vergeten. Misschien verwerken en hopelijk hun stem, hun veerkracht en zichzelf terugvinden in de woestenij die hun ziel, en hun tot puin verpulverd land, geworden is.

Dirigent Ilan Volkov staat al langer bekend om zijn zeer kritische houding tegenover Israël. Op 11 september 2025 leidde Volkov het BBC Scottish Symphony Orchestra bij de BBC Proms. Na het concert nam hij het woord en veroordeelde de oorlog in Gaza. In een emotionele toespraak zei Volkov: “Ik kom uit Israël en ik woon daar. Ik hou ervan. Het is mijn thuis. Maar wat er nu gebeurt, is wreed en afschuwelijk. […] Joden en Palestijnen kunnen dit niet alleen stoppen. Iedere kleine actie helpt terwijl regeringen aarzelen en afwachten. Het is onmogelijk stil te blijven terwijl het moorden doorgaat. Kunstenaars hebben een plicht zich uit te spreken als de humaniteit op het spel staat.”

Begin september werd hij gearresteerd bij een protest aan de grens van Israël met Gaza. De videobeelden, die onmiddellijk op sociale media geplaatst werden, gingen viraal. Terwijl Volkov in een Israëlische politiewagen wordt gezet, roept hij nog: “We moeten de genocide nú stoppen. Het verwoest ieders leven. Stop ermee!” Enkel uren na zijn arrestatie werd hij samen met andere actievoerders weer vrijgelaten.

Scrollend door de laatste nieuwsberichten las ik een post van zangeres en auteur Nikkie van Lierop; haar zoon kon eindelijk Israël verlaten en zou voortaan in België wonen, waar hij een nieuw leven kon opbouwen. Ik wist meteen wat dat betekende, wat het inhield, na twee jaar genocide. Ik hoopte maar dat deze fijne jonge man, omwille van zijn identiteit, hier op zijn beurt geen slachtoffer van racisme zou worden. Het bericht wrikte ineens een lawine van emoties los. De sneltrein denderde verder, er was geen ontsnappen aan.

Toen ik in Gent wilde afstappen, werd ik plots aangeklampt door een verloren tiener, uit god weet welk land; ik vermoed Syrië. Ze was in Lokeren op de trein gestapt en moest in Sint-Niklaas zijn. Ik probeerde haar duidelijk te maken dat ze op de trein naar Lille-Flandres zat en we nu in Gent waren aangekomen. Ze droeg een beugel, haar linkeroog knipperde zenuwachtig, het leek een ernstige tic-nerveux. Voor ik mijn aansluiting naar Brussel nam, stapte ik met haar naar een conducteur en legde de situatie uit. Normaal gezien moest ze een nieuw ticket kopen, maar de conducteur zou een document opmaken waaruit bleek dat de reiziger per vergissing een verkeerd traject had genomen. Ik had de indruk dat ze het begreep, maar dat de situatie haar ergens ook ontglipte. Ik bracht haar naar het juiste perron en hoopte voor haar op een goede afloop. Op de roltrap viel ze bijna om; ik greep haar nog net bij de bovenarm en voelde enkel een bot, zo mager was het meisje. Geschokt liet ik de arm los, nam afscheid en liep naar het spoor waar ik op de trein naar Brussel-Centraal stapte.

Ik sloot het boek dat op mijn schoot lag “Reporting from Ramallah: An Israeli Journalist in an Occupied Land, Amira Hass (2003)”, en bedacht hoe pijnlijk en treffend actueel het boek vandaag nog steeds is. Elke pagina die ik omsloeg sloot naadloos aan bij wat zich nu in de Westelijke Jordaanoever afspeelt. Hoeveel pagina’s ik ook verder bladerde, de getuigenissen lazen als een vastgelegde geschiedenis van geweld, wraak, vergelding en pesterijen van het IDF. Het Israëlische leger heeft al zo lang de overhand. Het doden van burgers en kinderen, het vernietigen van infrastructuur en het schenden van de rechten van de bevolking, op alle mogelijke manieren, zijn een constante geworden, en leidden enkel tot een zichzelf voedende spiraal van geweld. Geweld dat door het IDF gesteund wordt, ongestraft blijft en door de rest van de wereld stilzwijgend aanvaard wordt. De kolonisten op de Westelijke Jordaanoever worden driester met de dag. Het voelt alsof al die jaren niet werkelijk voorbij zijn gegaan, maar er slechts een dag, misschien een uur voorbijging. En alles verloren lijkt, alsof eeuwen ineenstorten, in één ogenblik.

Ondanks de onmacht die ik voel, hou ik mij vast aan de woorden van Gabor Maté: we moeten onze ogen, ons hart openhouden en weten dat elke daad van zorg of rechtvaardigheid het collectieve veld voedt, zodat niets ooit verloren zal gaan. Ik keek door het treinraam, naar het voorbijvlietend landschap en zag hoe mooi de herfst op deze uitzonderlijk warme dag was.

In Brussel ging ik vrijwel meteen op zoek naar een plek waar ik even kon mediteren om de vermoeidheid die me ineens overviel van me af te schudden. Omdat steden geen polyvalente ruimtes bieden waar reizigers of pendelaars zoals ik, die wanneer ze ergens aankomen in een stad, even willen bekomen, nergens terecht kunnen, ben ik dan maar de Sint-Niklaaskerk in De Boterstraat binnengestapt en heb daar een uur gemediteerd. Voor ik mijn ogen sloot, zag ik een vrouw, vermoedelijk van Filipijnse afkomst, haar beide handen op de bloedende voeten van een gekruisigde Christus leggen. Haar gelaat was gekweld, haar smachtende blik opgegeven naar het gepijnigde gelaat van de verlosser. Zo zochten we beiden een soort verlossing: ik van een plotse inzinking, pijnscheuten in mijn schouder (oh mijn god, de engel met het vlammend zwaard) en de dame van een ander persoonlijk leed. Niets stond ons in de weg, tot een dienaar van de kerk ineens de marmeren vloer begon te stofzuigen, en ik begreep dat het tijd was om te vertrekken. Voor we zelf tot stof en as zouden vergaan.

Slenterend liep ik in de Vlees- en Broodstraat een bio-eethuisje binnen dat The Sister heette en door een Oost-Slavische monnik werd uitgebaat. Er was een lichte gelijkenis met Raspoetin, iets wat mij weerhield met hem een gesprek over de oorsprong van zijn taal aan te knopen. Hij leek ook zijn dag niet te hebben. De Japanse thee, een nieuwe soort, had in elk geval een gunstig effect op mijn wezen. Gesterkt door het brouwsel liep ik even later naar de Koninginnengalerij, waar de boekhandel Tropismes zich bevond, en stapte onderweg Bistro Mokafé binnen.
Er heerste een gezellige drukte. Naast mij zaten twee vrouwen die de programmatie van de bioscoop in de galerij aan het samenstellen waren. Ze bespraken enkele films van Chantal Akerman. De ene vrouw zei dat ze alleen maar L’Ouest had gezien.

Terwijl ik van mijn espresso nipte, boog er zich ineens een stokoude dame over mijn tafel en vroeg of we elkaar kenden. De make-up op haar huid moest wel Le Blanc de Chanel zijn; van een onmiskenbare porseleinachtige egaliteit, een subtiele toets van licht, die van een andere tijd was. Het zwarte haar in dezelfde stijl als dat van Mademoiselle Chanel geknipt, de lippen zorgvuldig robijnrood gestift. Ik zei dat ik niet van Brussel was, en dat we elkaar waarschijnlijk niet eerder ontmoet hadden. “Mais qui sait,” vulde ze aan, “d’une autre vie?”
Ze lachte fijntjes en verliet de zaak alsof het een bistro uit het vooroorlogse Montmartre in Parijs was. Zulke vrouwen bestonden alleen nog maar in de Lichtstad, en in Brussel dus ook.

De bezoekers leken allemaal habitués. In een hoek van de bistro zat onmiskenbaar: de schrijver als miskend genie. Een grote zwarte bril, kaal hoofd, donkere, vorsende blik; hij leek op Arthur Miller. Een messengertas lag naast hem op de bank. Op het glas rode wijn dat voor hem stond, had hij een bierkaartje gelegd, zodat de fruitvliegjes die er rondvlogen niet zouden verdrinken. Er lag een stapel notitieboekjes naast hem, en hij las half luidop, mompelend wat hij al geschreven had. Opeens veerde hij recht, liet al zijn spullen achter en liep naar buiten. Toen ik de zaak verliet, kwam ik hem nog steeds mompelend in de gaanderij tegen. Op het terras zaten nog wat mensen die elkaar schenen te kennen; het leek echt een ontmoetingsplek, een plaats om naar terug te keren.

Dit alles nam ik waar alsof ik in een verhoogde staat van bewustzijn verkeerde, alsof ik een toeschouwer was van mijn handelingen en de gebeurtenissen die dag. Was deze staat het natuurlijke effect van de meditatie of van het brouwsel van de Oost-Slavische monnik?

Tegen kwart voor zes liep ik naar de Carré de l’Europe. Dirigent Ilan Volkov stond omringd door een groep muzikanten aan de rand van het plein. Hij hield een korte toespraak: “So even though there is a so called ceasefire, on average, there are 10 people dead everyday. People that live there, they are dealing with drones over their heads the whole last two years. So we are going to play one long note in solidarity with the Palestinians, especially Palestinian musicians who are still teaching music and playing, trying to create a life for the kids and families there.” Daarna vroeg hij aan iedereen om in een cirkel te gaan staan. Ik had enkel mijn stem meegebracht maar ondertussen hadden mijn stembanden het opgegeven en maakte ik wat foto’s en filmde in fragmenten. Volkov gaf de maat aan en speelde zelf op een melodica. Ik hield op toeschouwer te zijn van de gebeurtenissen en viel samen met wat ik fotografeerde en vooral met wat ik hoorde: alsof er een gigantisch luid alarm afging. De Palestijnse vlag werd langzaam en plechtig in de cirkel rondgedragen. De jongste betoger, een kleuter, sleepte als een lange sluier van hoop, een vlag die groter was dan zijzelf achter zich aan. De avond was uitzonderlijk warm, en in de lucht bleef als een koppig verweer, die ene aanhoudende alarmerende noot hangen, als iets dat niet zou verdwijnen.

Als een geluid waarvoor we nergens, nooit nog zouden kunnen schuilen.

De Sound Action For Gaza duurde iets langer dan een half uur. Een moedige, mooie en beklijvende actie, een woordloos appel aan de wereld om de cyclus van geweld voorgoed te doorbreken. Het laatste schutblad om te slaan, waarop maar één regel te lezen stond: 

Stop ermee.”

Screenshot
Ilan Volkov

Plaats een reactie